Galerij

Antwaarps, hiel sumpel!

“Wilt u met mij mee vierkanten tekenen op deze tafel?”

Het is de vraag waarmee ik mensen uitnodig. Vandaag in de kringwinkel beginnen sommigen er hard om te lachen. Niet zo raar, mijn vraag komt op een onverwacht moment én op een onverwachte locatie. En ja, het is een vreemde vraag. Sommige gedachten kun je van het voorhoofd af lezen: ‘Zie ik het goed…hier staat een volwassen man…een Nederlander…hij wil vierkantjes op een tafeltje tekenen…hij vraagt mij om dat ook te doen!’ Sommigen draaien zich met een vriendelijk knikje om en gaan verder. Sommigen kijken me aan en vragen:

“Waarom wilt u dat ik vierkantjes teken? 

Elke dag komt de vraag terug en ik antwoord: íedereen kan vierkanten tekenen, tweejarigen, anderstaligen, hoogopgeleiden, mensen met dementie, zonder uitzondering iedereen. Er is weinig concentratie nodig en de gedachtenmolen komt tot rust, het is meditatief. Voorstellen of kennismaken is niet nodig voor een ontmoeting tijdens vierkanten tekenen.

“Waarom wilt u dat wij vierkantjes tekenen?” 

Het maakt een gesprek tussen ons, vreemden, makkelijker. We maken samen iets dat bijzonder wordt, een nieuwe betekenis krijgt.

De mannen kijken elkaar fronsend aan, nemen een stift en beginnen te tekenen. Onder hun overhemd dragen ze allebei een wit T-shirt, je ziet er alleen een randje van. “Wij doen een vriendendag”, zegt de man met de blauwe bril. “Dit is de derde kringwinkel van vandaag”, zegt de ander in de grijze trui, “en we gaan er nog naar twee of drie. We hebben hier plezier in. In de zomer doen we dit met de motor.” Voordat ze verder trekken komen ze de vangst laten zien. Klein glaswerk verpakt in oude kranten en een platte groene vaas. De glazuurlaag is gekrakeleerd in kleine barsten. Een vergelijking met een platvis is zo gemaakt. “Hij heeft net zijn vrouw gebeld, maar die neemt niet op. Die weet al hoe laat het is”, zegt de man met de bril lachend. Geen plek meer in huis? 

“Nee. Maar zie hoe mooi dit is. En dat voor 2 euro!” Hij kijkt ontroerd naar de vaas in zijn handen.  “Vanmiddag gaan we biljarten en drinken een biertje. Zo sluiten wij elke vriendendag af.”

Het lijkt tegenstrijdig, ik heb met veel mensen contact en tegelijkertijd voel ik me alleen, eenzaam. Ik heb nood aan ontmoetingen. Dat klinkt dramatisch misschien, maar het is een universele en existentiële behoefte. Alle mensen, wij allemaal, willen met anderen in verbinding staan, ons verhaal vertellen en dat iemand  luistert. Vierkanten tekenen op Ikea tafels maakt dit indirect zichtbaar en tastbaar. Het voorziet in een behoefte voor hen die meedoen en voor mij.

“Ik heb mijn oude werk nog eens gedaan.” Ze haalt een stapeltje papieren uit haar handtas en vouwt het open.” In andere tijden was ze lerares Nederlandse taal. 

“Ik heb het verhaal ‘Huidhonger’ gelezen op je website. Het is te zien dat je nog niet zo veel hebt geschreven, dat kan beter. Kijk, om te beginnen, de titel. De titel is een woord dat niet bestaat, dat kan natuurlijk niet. En dan meteen de eerste alinea, waar gaat dat over? Over spirituele energie? Ik heb de alinea drie keer gelezen maar begrijp het nog steeds niet. Vertel me, wat ‘stroomt er op je hoofd en dan op je schouders’ etcetera? Nou? Oh, is het water dat over je hoofd en schouders etcetera stroomt! Noem het beestje bij de naam!” Dank je, helder. Ik ga het aanpassen.

De les is nog niet voorbij. “We beginnen vandaag ook maar meteen met de Antwerpse taal. Hoe leer je Antwaarps? Antwaarps leren, kijk hier waar ik wijs, ’t is hiel sumpel! Ent goa vanzelfst. De truc is om een zin tot één woord samen te vatten.

Ze hebben u in de maling genomen wordt: Zemmenouligge.

Hij praat nonsens = Azeiwerriswa.

Wat sta je daar nu te kijken = Oestooderna?

Wasseitum, wat heeft hij gezegd?

Galerij

Huidhonger

Het water stroomt op mijn haar, mijn schouders, over heel mijn lijf. Mijn huid opent. Het streelt mijn baardhaartjes. Mijn voeten warmen op. Elke porie warmt op. Op mijn hoofd komt het krachtig aan, masseert. Ik draai, massage in mijn nek. Onder de huid gloeit het nu. Diep, heel diep adem ik. Mijn netvlies toont een lichtfris kleurenspectrum. Het raam is beslagen, de dag is begonnen. Of de nacht.

Ruimtes waar je weet dat kijken alleen met de ogen mag zijn in de meerderheid, zeker zodra het over tentoonstellen gaat. Voor de zekerheid gewaarschuwd door een veelvoud aanwijzingen die onderdeel van de dingen lijken. Het instinct van bezoekers is soms, vaak, sterker; er klinkt acuut een alarm, een stem: “Niet aanraken aub!”. 

Elke aanraking laat vettigheid achter, materiaal slijt onzichtbaar. Tastende of liefkozende aanrakingen maken brons aan het glimmen. Alleen al geraakt door daglicht breekt verf, krijt, inkt, papier af en verliest glans. Pas jaren en jaren later zie je de verandering. Als iedereen het beduimeld heeft, tja.

Mijn voorwerpen staan op regelmatige afstand in rijen naast en boven elkaar. Ze ogen fluwelig wit marmer. Wanneer gips net gestukt of gegoten is, toont zich eenzelfde witheid. Met verfspuit aangebracht geeft een verzameling minuscule druppels grondverf een sneeuwhuid die oh, zo zacht oogt. Niemand die ze durft aan raken, sereen zoals ze daar staan.

Ik voel de nood, de noodzaak van kijken door aanraken, de beste manier om te doorgronden waar dingen van gemaakt zijn. Door te voelen ontdekken wat er onder het fluwelen oppervlak is; het gewicht, de substantie, de temperatuur. Stel je voor dat dit ding, deze pipo, gemaakt blijkt van nylon en hol is of juist massief van hout, steen of brons; dat zijn drie verschillende pipo’s. Lees je een tekstbordje, dan kijken je hersenen. Hoe kan je van een ding houden zonder aanraking? Je mist de essentie, dingen willen, nee moeten, aangeraakt worden. Kun je helemaal van een ander houden zonder enige aanraking? Kun je helemaal van jezelf houden zonder enige aanraking? Wat wordt er precies bewaard als er niet wordt aangeraakt?

Tekenen is de aanraking van de hand en de stift. Van de punt van de stift en het voorwerp. Van het voorwerp en de ondergrond waar het op staat; van de ondergrond en de omgeving. De aanraking van de ene mens en de medemens. 

Leven zonder aanraken, stel je dat eens voor.

Galerij

Hopelijk ga ik eerder

Nadat haar puzzel gedaan is komt M. mee tekenen. Ze is zwart gekleed en heeft haar haar met speldjes opgestoken. Nu ze staat blijkt ze groot. Achter de goudkleurige bril sprankelen haar ogen. Dan valt de massieve moderne ring op. Is dit is een grande madame?

“De zwarte blokjes op de tafel doen meteen denken aan Vasarely, die van de optische kunst. Toen we nog werkten verkochten mijn man en ik brocante op de markt. Ja, dan moet je weten wat iets is om de waarde te kennen.”

“Ik dacht te komen lunchen maar had geen trek. Ik kan precies doen wat ik wil. Dat maakt het fijn om ouder te worden. Een ander voordeel is dat ik me nooit zorgen maak; ik heb het allemaal meegemaakt.”

“Mag ik ook op deze spullen tekenen? Is dat de bedoeling? Dan kies ik de vaas. Jaap Kruithof ken ik van naam maar zijn boeken heb ik niet gelezen. Etienne Vermeersch wel. Hij schreef over het milieu, onder andere. Hij was professor in Gent.”

“Ik houd van zo te tekenen. Eenmaal begonnen kan ik niet stoppen”.

“Nee, ik heb altijd alles verkocht. Hoe mooi sommige dingen ook waren, het was handel. Porselein van Boch-Frères vond ik heel bijzonder. Art Deco. Ken je Boch-Frères niet? Vooral de ontwerpen van Charles Catteau. Ik had een vaas, die wilde ik toch niet kwijt. Een klant deed een bod van 10.000 toen nog Belgische Frank, maar dat vond ik niet de moeite. Jaren daarna kon ik de vaas gratis laten taxeren. En wat denk je dat ie waard was, ik zal het je zeggen, de taxateur kwam op 100.000 BEF.  Dat is nu omgerekend ongeveer 25.000 euro!” 

“Elke week ga ik bij mijn nicht lunchen. Ze heeft altijd een doos vol kaas en vlees. Elke week wijst ze aan wat bijna over de houdbaarheidsdatum is. Dat moet ik eerst eten zegt ze. Nee, dat doe ik niet, ik kies zelf wat ik eet, antwoord ik elke week. Ze doet of ze mijn moeder is. Ik begrijp het niet, waarom koopt iemand alleen zoveel verschillend beleg? Ik heb zelf één beleg, dat is genoeg. Mensen maken het vaak zo ingewikkeld en moeten dan de controle houden. Ik kan daar precies niet tegen en durf het zeggen. Kritisch kunnen zijn is ook een voordeel van mijn leeftijd. Volgende maand ben ik jarig. 76! Dan gaan we met mijn man en nicht uit eten. Ik denk naar de Italiaan.” 

“Als ik thuis kom en er is niemand wordt ik bang. Mijn man kan ik wel bellen op zijn mobiel, maar die neemt hij nooit mee naar buiten. Hij is vaker thuis dan ik omdat hij moeilijk loopt. Hij is 80. Nu heeft hij een rolstoel maar binnenkort komt een scootmobiel. Hij gaat wel naar buiten. Met de bus –die stopt hier voor de deur- gaat hij naar Centraal Station en van daar met de leenfiets naar De zeven Schaken. Dat is een sociaal restaurant waar ik voor 3 euro eet. Normaal kost het 8 euro, maar met, kom, hoe heet het, met het Kansentarief van de A-kaart 3. Ik heb geen Kansentarief maar ik hoef mijn kaart nooit te tonen.”

“Zal ik de vaas signeren met Catteau, lijkt je dat geen leuk idee?”  

“Hopelijk ga ik eerder. Mijn man is veel zelfstandiger en kan zich beter op zijn eentje redden. Hij is ook zo nuchter, denkt meer aan de praktische dingen.”

“Wil je een zuurtje?” Ze opent een plastic bewaardoosje met vijf of zes Napoleons. “Toe, neem er één. Als je hem kapot bijt, komt het zoete zuur.” 

Als ik vertrek tekent M. rustig verder. Nu op de vis. Die neemt ze straks mee naar huis om verder te betekenen. 

’t Werkhuys, Borgerhout.

Galerij

Met verf schieten

De compressor bromt en ratelt in de partytent, de druk in het verfpistool stijgt. 

Alle kleuren denkbaar staan voor me op de grote tafel uitgestald, Ze worden gedragen door een ratjetoe aan voorwerpen. Een glas in lood hanger van Deurne, aardewerk vaasjes, reuze mieren op een steen, een clown met hoed. Twee dikke vissen kijken me stoïcijns aan.  Ik haal de trekker over. Een krachtige witte nevel raakt de voorwerpen. De lome ogen van de vissen verdwijnen onder een laagje poedersuikerverf. Ik draai mijn hand met het verfpistool en raak voorwerp na voorwerp, altijd meer dan één tegelijk. De groen en rode strepen op de vissenruggen verkleuren naar licht groen, licht rood, dan gelig en roze tot wit alles bedekt. Als de nevelstraal hem treft, wiebelt de clown op zijn voeten. Hij valt niet om. De compressor start opnieuw en opnieuw zodat de druk maximaal blijft. In de tent is dichte mist nu.

‘Je mag met de voorwerpen uit de Collectie Jaap Kruithof doen wat je wilt behalve verkopen en weggooien. Ze mogen uit elkaar, in scherven of wat ook. Dat je ze opwaardeert, ze gaat upgraden naar een nieuw leven met een nieuwe toekomst.’  Zo heb ik de informatie en voorwaarden van de mensen van MAS onthouden. Er is een contract in tweevoud opgesteld, door beide partijen ondertekend.

De upgrading die ik doe bestaat uit een nieuwe huid voor alle voorwerpen, mat wit. Van gips lijken ze, of van berggesteente misschien. De vitrine maakt ze sereen, onaanraakbaar en ik zie de opwaardering voor mijn ogen gebeuren. Zo had ik het bedacht en zo is het geworden: plandeel één.

Nu sta ik klaar en neem de voorwerpen mee naar buiten. Aan willekeurig wie voorbijkomt vraag ik: “Wil je meedoen? Ja?! Kies een voorwerp en teken er met deze zwarte stift strepen op, lijnen, stippellijnen, kruislijnen…” Zo is het tweede plandeel bedoeld en precies zo gebeurt het.

“Mee naar huis nemen om later verder te tekenen…? Oh, ja, oké, dat is een goed idee. Kom je dan later tonen als je klaar bent?” Al doe ik of het niet zo is, dit is plandeel drie zo moet het gaan.

Maar dan? Wat gaan de mensen met mijn strepen en lijnen doen als ze thuis zijn, op het werk, op school, op vakantie? Bedenken ze daar liever smilies, bloempjes, rode harten? Juist het zwarte streeptekenen houdt de voorwerpen samen als een familie vol nieuwe kunstbetekenis. Of gaat het tekenen dan pas echt beginnen?

John Berger zei het zo: “We tekenen, niet enkel om iets dat wij hebben gezien zichtbaar te maken voor anderen, maar ook om iets onzichtbaars te vergezellen naar zijn onberekenbare bestemming. Citaat uit: ‘Time is a book’, Timefestival Gent 2009.

Met Tijl en Kristof van De Veerman probeer ik John Berger te begrijpen: ‘Iets maken terwijl je niet weet wat je aan het maken bent.’

Youssri van de Zomer Academie zag het uit zichzelf: “Weet u, het is leuk om zo bewust mogelijk iets te doen waar je geen idee van hebt wat je aan het doen bent”. 

De Veerman, Marialei 25, Antwerpen.

Galerij

We gaan kleuren man, kom, we gaan kleuren!

Zo hevig als ’t rood is

zo rustig als ’t groen is

zo helder als ’t geel is

zo dromerig als ’t blauw is

Dit liedje zong Youssri melodieus en met vaste stem, als antwoord op mijn vraag: hoe ga je om met kleur? “Ze probeerden het vaak uit te leggen, kijk, zeiden ze, kleuren bestaan!”

“Het is zeker zestien jaar geleden dat ik voor het laatst heb getekend. Ik doe dat niet zoveel. Ah ja, vroeger zeiden ze: ge gaat achter die tafel zitten en begint niet op heel het huis te kleuren! Ik vond het leuk om te kleuren toen, en kleurde overal op. Ze moesten me echt afremmen”.

Ik was verrast dat Youssri aan tafel kwam zitten en mee ging tekenen. Bij een pintje had hij gisteravond gevraagd wat ik met United Objects aan het doen ben. Voorzichtig tastte hij voorwerpen op de tafel af. Met een maagdelijk wit vaasje in handen vroeg hij: “is hier al op getekend?”. Ik zette wat stiften in een ander vaasje voor hem neer en vertelde dat het er stond. Hij voelde de rand, raakte een stift aan “welke kleur is dit?” Met de blauwe stift in de ene en het vaasje in de andere hand begon hij behoedzaam. Af en toe keek hij schuin omhoog en sloot de ogen dan weer. De mond gesloten, beide handen steeds iets hoger, tekende hij lijnen. Op zijn t-shirt las ik hoe Grieks te leren, yassou is hallo, kalimera goedemorgen, efcharisto dank je wel. Een briesje bracht ons wat koelte. “Is er ook rood?” Dirk, die naast hem een speelgoedauto betekende met kleine gekleurde streepjes, gaf hem de rode aan. Youssri stak de rode stift in de smalle hals van het vaasje. Hij kon de stift nog net met twee vingertoppen vasthouden. “Ik kan heel moeilijk kleuren zo, aan de binnenkant, ik voel me precies gehandicapt”.

“Weet u, het is leuk om zo bewust mogelijk iets te doen waar je geen idee van hebt – begint te lachen – wat je aan het doen bent. Ge moet af en toe op straat eens ’n blinde tegenhouden en zeggen: we gaan kleuren man, kom, we gaan kleuren”!

De Zomer Academie in Dworp werd georganiseerd door De Veerman en vormingscentrum Destelheide.

Galerij

Willem tekent in de ruimte

Willem, een ervaren tekenaar, ging meteen tekenen. Niet op de voorwerpen zoals ik had bedacht, maar op de tafel. Hij gebruikte de schaduw van de dingen en verplaatste ze steeds, om met meer schaduwen een patroon te maken. Eenmaal op de tafel getekend gingen anderen dat ook doen. Na vier dagen was het tafelblad vol getekend. Wat niemand Willem nadeed was, zoals hij zelf zei: “tekenen in de ruimte”. Hij rangschikte de dingen opnieuw, stapelde tot een wankele toren, verplaatste ze en speelde zoals alleen kinderen spelen kunnen. “Tekenen in de ruimte maakt het mogelijk dat ik zelf fysiek in de tekening ben”, zei hij. Zijn spel zie ik behalve als tekenen met voorwerpen ook als het samenstellen van een tentoonstelling die steeds veranderd.” Willem, hoe krijg ik anderen ook zover dat ze gaan tekenen in de ruimte? “Mhhhh… als je de voorwerpen ongeorganiseerd aanbiedt? Niet in de vitrine op een rijtje, zoals nu, maar los op de grond door en op elkaar liggend. Een kist vol voorwerpen erbij die doet denken aan een blokkenbak of een verkleedkleren koffer, misschien?” En meer filosofisch: “als je Morandi eens gaat bestuderen? Ken je zijn werk, zijn verstilde stillevens met vaasjes, kopjes en ander eenvoudig aardewerk?” De dingen van Morandi doen me denken aan een dierentuin op een hete zomerdag. De beesten bewegen misschien, maar je ziet het niet. Ook de tijd lijkt stil te staan.

In juli, tijdens de Zomer Academie bij Brussel, heb ik een week geëxperimenteerd met United Objects. Ik had vijftig willekeurige kleine voorwerpen wit geverfd om te kunnen betekenen met deelnemers, docenten en staf van de Zomer Academie. Museum MAS in Antwerpen heeft me een groot aantal voorwerpen uit de Collectie Jaap Kruithof toevertrouwd. Die heb ik ook wit geverfd. Ik had een grote witte tafel meegenomen om de voorwerpen te kunnen betekenen en ze meteen tentoon te stellen.

De Zomer Academie in Dworp werd georganiseerd door De Veerman en vormingscentrum Destelheide. Helger, dank dat ik je hand mocht fotograferen.