Galerij

Bwaah, zó kan iedereen tekenen!

Elke week komt een jongen met zijn moeder naar ’t Werkhuys om de circus-cursus te volgen. Hij leert bijvoorbeeld op een grote bal lopen en acrobatie. Onlangs schreef ik over hem en zijn opa in het verhaal ‘De zachte kracht’. Zijn opa Walter komt vaak mee, altijd getooid met een klassieke zwarte hoed; zo een met een brede rand. Als hij binnenkomt zet hij hem af. Hij is héél enthousiast over United Objects, maar zelf mee tekenen? Lang heeft hij de boot af weten te houden, totdat Tine, die mij helpt in ’t Werkhuys, hem heeft kunnen overhalen. “Beloofd. In januari teken ik een keer mee!” zei hij een week voor de kerstvakantie.

Lachend: “Als ik mijn koffie op heb kom ik eraan, is dat goed?” Een kwartier later: “Willen jullie iets drinken? Ja? Wijn? Goed. Ga je zo meteen vertellen hoe het tekenen werkt?” En weg is hij. Ik kan me vergissen, ziet hij er tegenop? 

Maar kijk nu, Walter is de éérste deelnemer die zich zichtbaar heeft voorbereid. “Ik heb thuis zo ’s zitten proberen, maar ja, ik wist eigenlijk niet wat mocht. Mag er met vierkantjes bijvoorbeeld een hartje gemaakt worden? Ik heb altijd in de grafische industrie gewerkt. Nee nee, ik was geen ontwerper. Ik moest zorgen dat de verschillende drukgangen exact op elkaar pasten. Dat was een zéér precies werkje.” Hij laat de plastic liniaal zien die hij bij zich heeft. “Is het toegestaan om deze te gebruiken om vierkanten te tekenen? Ja? Ah…, dat is fijn, dank je,” zegt hij met een glimlach.

Hij trekt lijnen die iets korter zijn dan de liniaal en vult de hoek van de tafel met een strak raster. Er vormen zich zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd. “Wat ik zó bijzonder vind is dat mensen zoals jij iets kunstachtigs zélf kunnen bedenken. Als je van jezelf zoiets kunt dan vind ik dat persoonlijk veel mooier dan zoals ik nu rechte lijnen aan het trekken ben en ruitjes opvul.” Al pratend vormt hij een hart in het raster. “Ik wil thuis toch eens een paar dingen verder proberen: of ik een vogeltje in ruitjes kan tekenen, met de pootjes en het bekje erop en eraan. Oh, of zoals jij dat nu doet, dat ze in perspectief zijn gezet, dat ze 3D lijken! Ja, als dat is toegestaan zou ik graag een meubeltje tekenen met glasraampjes. Dat klinkt misschien raar hè, maar het is een manier om precies wat meer diepte te tekenen. Nu ik je dat zo zie doen vind ik het zeker zo leuk, het geeft meer afwisseling. En het ziet er meer ruimtelijk uit. Ik wist gewoon niet dat zoiets mocht! Ik dacht dat het enkel allemaal ruitjes moesten zijn en die dan inkleuren.”

“Als kind maakte ik met plasticine huisjes met raampjes en een trein in dezelfde verhoudingen en gras en koeien, bomen, hele landschappen. Mijn grootvader was een onderwijzer. We droegen dan een stofjas en hij had een pijp in zijn mond en een klak op zijn hoofd.” Zachter sprekend: “Dat zijn allemaal van die dingen die sinds mijn twaalfde, dertiende jaar verdwenen zijn. En mettertijd denk je dan dat je niet kan tekenen. Je denkt dat de mensen gaan zeggen, bwaah, zó kan iedereen tekenen, zeg!” Hij komt met zijn hoofd dichterbij, ik zie zijn haar als door een vergrootglas. “Zelf heb ik dat ook wel eens bij grote kunstenaars zoals, allez, hoe heet ie… Picasso! Dan kun je zeggen dat het mooi is en ik weet dat een kind dat precies niet kan doen, maar toch denk ik eigenlijk… terwijl een Rubens, dat is mooi, dat is gelijk een foto. Hij haalt diep adem, pauzeert even en zegt: “Ik vind dat kinderen alleen maar complimenten moeten krijgen voor wat ze gemaakt hebben. Zelf kon ik nooit eens iets tot een goed einde brengen en dat heb ik misschien ook aan mijn eigen kinderen doorgegeven: een angst dat het toch niet goed zal zijn. Ik heb wel eens tekenles gevolgd waar dan een model of een vaas stond. ‘Wilt u het natekenen?’ was de opdracht. Ik probeerde dat, maar ik was bang me belachelijk te maken.” Hij kijkt me aan: “Liever probeer ik dan thuis eens iets waar niemand het ziet, of ik een hartje kan maken vanuit vierkantjes, of een vogeltje.”

Een week later, woensdag 15 januari